Omgeving

Er gaat niets boven Pieterburen!

Of…….toch wel! Er ligt een nieuw fietspad naar de zeedijk, dwars door de landerijen. Je ervaart er de weidsheid en de leegte van het landschap.
Een unieke ervaring in het drukke en volle Nederland. Je vindt rondom Pieterburen volop rust, ruimte, schone lucht, natuur en een rijke  cultuurhistorie.

Pieterburen is ook een centrum voor het vertrek van wadlooptochten en het startpunt van het lange-afstandswandelpad het Pieterpad. Het Groninger Landschap organiseert er natuur- excursies naar de kwelders. En de tuin bij de 15e eeuwse kerk is een botanische tuin.
In de omgeving is een uitgebreid wandel- en fietspadennet. Ze voeren je door de velden en langs smalle door het landschap kronkelende maren  (waterwegen). De maren zijn uitstekend geschikt om op te kanoën. Er zijn vele wandel-/fiets- en kanoroutes gemarkeerd. Allemaal verbinden ze de karaktervolle en pittoreske dorpjes.

Pieterburen ligt op het Hoogeland. Je vindt er veel kerken met kerkorgels van beroemde bouwers als Lohman en Hinsz, de borg (kasteelboerderij) Verhildersum, en monumentale boerderijen.
In de dorpen vind je ook kleine ambachtelijke bedrijfjes en galerietjes, vaak bij kunstenaars aan huis.
Op fietsafstand van Pieterburen vind je ook het noordelijkste getijdenhaventje “Noordpolderzijl”, de stranden van Lauwersoog en het vertrekpunt van de boot naar Schiermonnikoog, één van de kleinste waddeneilanden.

Historie

Pieterburen ligt in de gemeente De Marne.
Het huidige Marnegebied was oorspronkelijk een waddengebied. Daar vestigden zich in de periode van plm. de eerste eeuw voor Christus tot plm. de twaalfde eeuw na Christus mensen op de kwelderwallen, die van oost naar west lopen. Eerst in het zuiden - hierop liggen Leens en Ulrum - en later op de wal waarop Kloosterburen en Hornhuizen liggen.

Gedwongen door de steeds hogere zeewaterstand verhoogden de bewoners hun woonplaatsen kunstmatig. Zo ontstonden wierden. De wierde-dorpjes hebben vaak allemaal hun eigen kerkje. Vanaf plm. de twaalfde eeuw na Christus werden dijken aangelegd om het water te keren. Eeuwenlang was de landbouw de hoofdbron van bestaan. Met name in de negentiende eeuw werden veel grote boerenbedrijven gebouwd met vaak indrukwekkende woonhuizen. De Lauwerszee bereikte in de dertiende eeuw haar grootste omvang. Daar waar het Reitdiep uitmondde in die zee, werd in de 16e eeuw een schans aangelegd waar zich later ook vissers vestigden: Zoutkamp genaamd.

In 1877 werd het Reitdiep bij Zoutkamp afgesloten met een dijk met sluizen. In 1969 werd het Lauwersmeer afgesloten van de Waddenzee. Zo is een nieuw gebied ontstaan met stranden en de haven van Lauwersoog. Evenals elders in het Marnegebied ontwikkelde zich sinds de zeventiger jaren rond het Lauwersmeer een nieuwe tak van bedrijvigheid, namelijk het toerisme.